26-12-15

Het Kerstfeest van ...



Een groen fluwelen rokje en hesje had ik aan. De kleding was zonder twijfel gemaakt door onze huiscouturier: mijn oudste zus. Onder het setje droeg ik een gele pully en een even gele panty: mijn eerste. De panty was een paar maatjes te groot. Even groot als ik mij voelde met zo'n ding aan mijn benen. Ik trok de boel een beetje omhoog, dan viel het niet zo op.

Het was Kerstfeest op de School met den Bijbel te Randwijk. Een viering waar ik naar uitkeek. Ouders mochten erbij zijn en ook ik mocht mijn bijdrage leveren: de tekst uit Jesaja 9, waarvan ik niet alle woorden begreep.

Ik weet nog dat ik op het podium stond. Nou ja: stond. Van de zenuwen had ik meer het gevoel dat ik boven het podium zweefde. 

"Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst".

Na afloop kregen wij een zak met snoep om mee naar huis te nemen. Onderin die zak zat het allerlekkerste: een grote oranje sinaasappel. Fruit was er bij ons thuis genoeg: appels, peren, pruimen ... Maar sinaasappels kregen wij niet elke dag.

Het feest was nog niet voorbij, want elk jaar was daar ook het boekje van W.G. van de Hulst. "Voetstapjes in de sneeuw" was mijn favoriete kinderboek.

De magie van deze boekjes bleek verbroken te zijn toen ik ze jaren geleden aan mijn kinderen wilde voorlezen. Het bevatte een vorm van pedagogiek die mij niet meer aansprak.

Wat gelukkig blijft is het Kerstfeest, ook voor de kinderen op de basisschool in Randwijk.

03-11-15

In onecht geteeld






Op 15 mei 1722 zijn zij getrouwd: Grietje uit Kootwijk en Peter uit het Ederveen. Peter heeft 

een plaggehutje gebouwd en daarin vinden ze een plek om te wonen. Het is op woest land: de Heerenveensche Buurt in de omgeving van de Slaperdijk. Peter en Grietje hebben een paar schapen lopen op een stukje heide. Ook probeert Peter wat bij te verdienen door in de buurt voor anderen turf te steken.

Ruim een jaar na hun trouwen krijgen zij hun knechtje: zoon Jan wordt geboren. In de zachte, maar beetje druilige, winter van 1726 ziet hun eerste meidje het levenslicht: dochter Antonia.

Hun schamele geluk wordt wreed verstoord als Peter op een dag niet thuis komt. Peter is die dag in alle vroegte het moerassige gebied ingetrokken om turf te steken. Dagen gaan voorbij, maanden gaan voorbij en ook jaren later wordt Peter niet gevonden. Er wordt aangenomen dat Peter in het moeras verdronken is.

Grietje is een dappere vrouw en probeert, ondanks alle moeiten, de hongerige monden van Jantje en Naatje te voeden. Gelukkig kan ze af en toe rekenen op de hulp van een boer uit de omgeving.

En zo krijgt Grietje jaren later opnieuw kinderen. In 1733 wordt Barberdina geboren en in 1737 volgt Lijsbet. Ook deze kinderen worden door Grietje ten doop gebracht.

Dominee Samuël Barovius maakt in het doopboek van Renswoude een aantekening van de situatie:

gedoopt op 27 januari 1737:
Lijsbet, dogter van Grietjen Evertze, weduwe van Peter Janszen (F)
aan de Slaperdijk onder 't Heereveen.
NB. in onegt geteelt, zijnde haar derde.
F./Nb. daar is nog geen zeker bewijs, dat haar man dood is.

Dit verhaal zou hun verhaal kunnen zijn.

21-06-15

Als een lopend vuurtje

Wij woonden ongeveer een kilometer buiten het dorp Randwijk. Als wij in de verte een sirene hoorden, sprongen de kinderen uit het gezin op de fiets en spoedden zich achter de politie-, brandweer- of ziekenwagen aan. Vanuit Indoornik waren de mensen ons soms al voor: uit het hele dorp en uit de omgeving was men op weg naar de plek des onheils. Niet vanwege het onheil, maar voor het nieuws; voor wat afwisseling in het rustige plattelandsleven.

Nu woon ik in de buurt van een brandweerkazerne in een grotere plaats. Ook in de omgeving van mijn werkplek, een ziekenhuis in een grote stad, gebeurt het regelmatig dat een groot alarm klinkt. En ook nu nog slaat mijn hart een keertje over als ik de sirene hoor. Maar de fiets laat ik in het schuurtje.
Mijn man, opgegroeid in de stad, vindt dit soort opwinding heel komisch.

Tijdens mijn graafwerk in het verleden ben ik al regelmatig berichten tegengekomen over een grote brand die in 1901 het dorp Randwijk deels heeft vernietigd. Later heb ik gehoord over de bijbehorende dorpsroddels.

Dit is het meest beeldende verhaal dat ik tot nu toe heb gevonden in de Wageningsche Courant van 22 mei 1901:

"Heden morgen, even na tien uur, werd getelefoneerd, dat te Randwijk, drie à vier boerderijen in brand stonden. Toen wij ons naar den dijk begaven, ontwaarden wij onmiddellijk uit de groote rookkolommen en de lekkende vlammen, die aan beide zijden van den Randwijkschen toren zichtbaar waren, dat de brand daar een zeer ernstig karakter droeg en spoedden wij ons voort naar het dorp, om ons plaatselijk op de hoogte te stellen.

03-05-15

Omkoperij?

Juffrouw Lazet was eind mei jarig. Bij die gelegenheid kreeg deze lerares van de kinderen 
Van Deelen een boeket pioenrozen; rond die tijd van het jaar volop aanwezig in onze tuin. 
De kinderen Jansen van Doorn verrasten haar, nadat een koe gekalfd had, met een grote pot biest.
Het lijkt op een jonge vorm van omkoperij, maar het is zonder twijfel niet anders bedoeld dan als aardigheidje.

Trouwens, niet alleen de leerkrachten werden bedacht met presentjes. Ook de predikant van het dorp kreeg volgens de jarenlange traditie na elke slacht een hutspot, die bestond uit een variatie aan vleesproducten. Dat is toch prettig vlees eten als je pastorie in een boerendorp staat.

Tegenwoordig neem ik wel een bloemetje mee bij een bezoekje. Mijn tantes kwamen met een pakje koekjes. Dat pakje werd dan, zonder er iets bij te zeggen, op tafel gelegd en zo was er die avond voor iedereen iets lekkers bij de koffie.

Bij mij thuis staat het aanrechtkastje vol met cadeautjes. Als je het kastje opendoet zie je een dubbele rij enorme mokken staan. Uit de tekst op de mokken blijkt dat in ons huis de beste meester van deze aardbodem woont. Toch iets om trots op te zijn.

25-03-15

4711 en een kwispedoor

Ik weet niet beter of al mijn vriendinnetjes werden in mijn kindertijd elk jaar op hun verjaardag door mij verrast met `oodeklonje mit un zaddoekje` ofwel een flesje echte 4711 en een klein meisjes-zakdoekje. En of ze er blij mee waren! En of ze er blij mee waren? Geen idee...

Andere kinderen kwamen met een pakje stiften, een kleurboek of een spelletje. Persoonlijk had ik liever de laatstgenoemde cadeautjes, maar thuis overtuigde men mij ervan dat de oodeklonje mit un zaddoekje "altijd van pas kwam". Het was de Chanel No 5 van onze stand en sinds de achttiende eeuw een begrip.

In mijn handtasje had ik ook zo'n flesje. Samen met een hele rol pepermunt moest het frisse geurtje ervoor zorgen dat ik als kind de aandacht bij de zondagse preek zou kunnen houden. Dit was blijkbaar niet voldoende, want ik herinner mij vooral dat ik de lampjes van de kroonluchters en de onderdelen van de glas in lood ramen aan het optellen was.

Mijn opoe zal waarschijnlijk een reukdoosje hebben gebruikt om bij de les te blijven.
Ik hoorde pas dat de mannen vroeger de gewoonte hadden in de kerk te pruimen. Bij de ingang stond een bord "verboden te spuwen". Thuis heb ik een kwispedoor staan die uit mijn vaders familie komt. Zo'n klein exemplaar heeft mijn opa best onder z'n zondagse pak mee naar de kerk kunnen smokkelen, om  lekker te kunnen pruimen zonder er in de kerk een kliederboel van te hoeven maken.

01-02-15

De lente komt!

Eeuwenlang is de Galanthus nivalus, voor ons het gewone sneeuwklokje, een bloempje dat als stinsenplant in Nederland de tuinen van de welgestelden versierde. 
Met deze bedoeling zal het sneeuwklokje ook bij boerderij Het Klaphek in Randwijk geplant zijn. In mijn eigen tuin heb ik ze gepoot als herinnering aan de tuin bij onze boerderij en sinds deze week staan ze in bloei.
Aan de voorkant van onze boerderij was een groot grasveld dat in de loop van de winter veranderde in één grote witte vlek; en daar was geen sneeuw voor nodig. De eerste bloeiende klokjes werden door ons met blijdschap begroet. En al gauw stond er een mini-mini-boeketje op onze schoorsteen. Het tweede boeketje werd meestal cadeau gedaan aan onze buurvrouw Kee.
Nu dacht ik dat dit klokjestapijt er al sinds mensenheugenis lag. Toen mijn moeder echter in 1951 op de boerderij kwam, was dit tapijt niet veel meer dan een tafelkleed. Ze is toen aan de slag gegaan door de bollen uit te poten en te zorgen dat het loof de gelegenheid kreeg om af te sterven zodat de bollen zich zouden vermeerderen. Ook de mieren schijnen hun bijdrage hieraan te hebben geleverd.
Rond 1980 zijn de klokjes nog een keer uitgepoot op het grasveld langs de weg. Keurig in grote blokletters. Om iedereen te herinneren aan de mooie voorjaarsboodschap van de Galanthus nivalus: DE LENTE KOMT.