15-06-16

Het Klaphek - Meid op Het Klaphek

Ik kwam als meid op boerderij Het Klaphek. 


Toen ik op mijn veertiende van de lagere school kwam, was het in boerengezinnen nog niet erg gebruikelijk dat er doorgeleerd werd. Alhoewel ik dat op dat moment wel graag had gewild, beslisten mijn ouders anders. 

Op 12 december 1951 werd een advertentie in de Edese Courant geplaatst, waarin ik werd aangeboden als boerendienstbode voor dag en nacht. Deze advertentie werd gelezen door de eigenaren van boerderij Het Klaphek in Randwijk omdat zij in dezelfde uitgave een meid vroegen. Zij lazen de advertentie in het bewijsnummer dat zij ontvingen. De zoon van de boer kwam nog dezelfde dag overleggen met mijn ouders. Een paar dagen later kon ik op Het Klaphek aan de slag met een overeenkomst voor een half jaar. 

Volgens gebruik in die tijd kreeg ik een zgn. penning van Hfl. 5,00. Dit was het teken dat er een overeenkomst was. Als ik de afspraken niet na zou komen, dan moest ik de penning teruggeven.
Ik verdiende Hfl. 14,00 per week, met kost en inwoning. Aan het einde van het half jaar kreeg ik mijn loon van de afgelopen 6 maanden. Van het geld hoefde ik niets thuis af te geven. Eens per 14 dagen had ik een dag vrij. Dat was vanaf zondagmorgen tot maandagmorgen. 
Als eerste spaarde ik van mijn salaris een nieuwe fiets. Het was een HS (Hendrik Schimmel) voor Hfl. 198,00. Ik heb er helaas niet lang plezier van gehad. 

's Morgens om half zes was het tijd om op te staan. Na een korte wasbeurt bij de pomp, overall en klompen aan, vertrok ik in de zomer richting uiterwaard of ander weiland voor het melken van de koeien. In de winter stonden de koeien op stal. 
Mijn werkdag was gevuld met het 2 keer melken van de koeien en het 2 keer voeren van alle beesten. Ik zorgde dat het in huis schoon en opgeruimd was, zorgde voor de koffie, het eten en de was. Ook werkte ik in de tuin en 's zomers ging ik mee hooien. Rond elf uur 's avonds ging ik slapen.

Er werd vier keer op een dag gegeten: 's morgens na melkens- en voertijd werd er brood gegeten. Als broodbeleg was er kaas en wat zoetigheid: meestal bruine suiker. Tussen de middag was de warme maaltijd. 's Avonds na melkens- en voertijd werd er opnieuw brood gegeten. Voordat iedereen ging slapen, was er nog een bord met pap. Ik mocht als meid altijd met het gezin meeëten. Bij sommige boeren moest je apart eten als er visite was.

Nu zijn er overal machines voor, maar in die tijd was dat nog niet aan de orde. Wel was er op de boerderij al elektriciteit en er werd in de zomer op een elektrische kookplaat gekookt. Daarnaast werd er gebruik gemaakt van het op kolen gestookte fornuis.
Onze tractor was een paard en wagen of een fiets met kar. Daarop zette ik de melkbussen om te gaan melken. Van een melkmachine, laat staan een melkrobot, was geen sprake. De eerste melkmachine werd in 1963 aangeschaft. In mijn tijd werden de koeien een voor een met de hand gemolken. Tussen het kalveren door gaf een koe zo'n 500 tot 600 liter melk. De melk ging in bussen. Deze bussen werden langs de weg gezet en elke dag opgehaald door de melkrijder die ze naar de melkfabriek bracht. In de zomer kwam de melkrijder twee keer langs, in de winter één keer. De boter werd zelf gemaakt met behulp van een karnton.
Naast zo'n 20 koeien, wat jongvee en ongeveer 60 fokvarkens, waren er een paard, kippen, honden en katten op de boerderij.

Koelkast en diepvries waren nog toekomstmuziek. Wel werd er dankbaar gebruik gemaakt van kelders om etenswaren goed te houden. Groenten en fruit kwamen uit de moestuinen en boomgaarden rond de boerderij. Snijbonen, sperziebonen en andijvie werden met zout ingemaakt en bewaard in Keulse potten. Ook werd er veel geweckt. 
De slager kwam af en toe aan huis om een varken te slachten. Het varken werd hiervoor aan een ladder gehangen. Om het vlees te kunnen bewaren werd het gezouten, gedroogd aan het plafond of gerookt. Karbonades en gehakt werden geweckt. Bij de dominee werd na elke slacht een hutspot gebracht. Ook werden er hutspotten aan familie uitgedeeld.
Aan huis werden melk, eieren en fruit verkocht aan de mensen uit het dorp. De meeste appels, peren en pruimen werden geveild.

In de lente was er grote schoonmaak. Kleding, linnengoed, meubels en de veren of kapokken schudmatrassen gingen naar buiten om te luchten, in de was gezet of uitgeklopt te worden. Op de slaapkamers lag zeil. Daar werd de vloer gezwabberd. In andere kamers lagen kokosmatten. Die werden eens per week buiten uitgeklopt en door de week met een berkenbezem geveegd. In het najaar werd de schoonmaak nog een keer dunnetjes overgedaan.

In het voorjaar werd elk jaar op een doordeweekse dag een familiedag georganiseerd voor kinderen, kleinkinderen, broers en zussen. Het was een traditie om voor de familie nieuwe aardappels met zoute vis, botersaus en mosterd te koken. Het toetje was rijstepap met bruine suiker.

In 1953 overleed de boer van Het Klaphek. Er werd volgens gebruik een doodaanzegger ingeschakeld om het overlijden in het dorp en bij de familie bekend te maken. De kerkklokken werden geluid. Op de boerderij werden, als teken van rouw, alle luiken gesloten. In de buurt en langs de route naar de begraafplaats werd 1 luik gesloten. Maar op de dag van de begrafenis sloot men ook daar alle luiken. Tijdens de wandeling van de kerk naar de begraafplaats luidden de kerkklokken. Het laatste wordt tot op de dag van vandaag in Randwijk gedaan.

In februari 1954 stopte ik als meid; ik werd boerin op Het Klaphek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen