21-09-17

Hij zou zijn pet wat rechter op zijn hoofd hebben gezet


“Ondergeteekende (G. Flipse, Nieuwstraat Arnhem) gevoelt zich verplicht openlijk zijne volle tevredenheid en erkentelijkheid te betuigen aan de Brandwaarborg-Mij L’UNION te Parijs en aan den Directeur voor Gelderland, den Heer A.L. van Elten, voor de zeer coulante en royale schaderegeling van den brand, die zijn Perceel a/d Koningstraat inwendig zwaar teisterde.”

Ik schat zo in dat meneer Flipse er toch een aardig stukje mee opgeschoten is; in ruil voor een beetje reclame misschien?
Peek & Cloppenburg heeft de najaars- en wintercollectie in de schappen hangen. “Afdeeling naar maat”. Mag ik raden? Voor maat 54 moet je minstens 3 trappen op. Of zouden ze die inzichten nog niet hebben gehad? Niet meer van deze tijd zul je denken. Nee, dat klopt. Ik lees dit allemaal in de Arnhemsche Courant van 20 september 1909.

Toch geef ik Prediker gelijk als hij beweert dat er niets nieuws onder zon is. Met berichten over de aanschaf van spaarlampen en aangifte van een mishandeling van een 11-jarig kind. Ook is 20 september 1909 “de groote dag in de politieke geschiedenis van Engeland van dezen tijd. Dit is de dag, die door alles wat liberaal voelt en liberaal denkt in het Vereenigd Koninkrijk sedert weken met spanning is tegemoet gezien”. Wij weten dat er nog veel van die dagen zullen volgen.

Maar er was die maandag nog meer aan de hand. Het was een beetje een grijze dag en er viel hier en daar een buitje. Met een gemiddelde temperatuur van 12 graden werd al voorzichtig naar de borstrokken uitgekeken. Koningin Wilhelmina en het kabinet Heemskerk hadden als taak om een land met zes miljoen inwoners in het gareel te houden. In de buurtschap Essen bij Barneveld wordt dan, ’s middags om drie uur, in huis nr. 246 het zevende kind geboren van Aalbert van Deelen en Dirkje van de Pol. Zijn naam is Aris. Zijn leven lang heeft dit voor discussie gezorgd. Hij bleef volhouden dat hij Arris heette. Een klein verschil misschien? Voor hem niet. 

Maandag 20 september 1909. Het was gisteren 108 jaar geleden dat mijn vader het levenslicht zag en het is dit jaar 20 jaar geleden dat hij overleed. Er is heel wat veranderd in die 108 jaar. En zeker is er ook veel veranderd in de afgelopen 20 jaar. Soms zou hij zijn hoofd hebben geschud en daar op zijn manier afkeurend bij gehumd hebben. Op iets anders zou hij trots zijn geweest, zijn schouders naar achteren hebben getrokken en zijn pet wat rechter op zijn hoofd hebben gezet.

25-03-17

Inburgeren

Met het hele gezin vertrokken ze voor een verre overtocht per boot. Op weg naar een onbekend land. Een land waarvan ze, van de vele duizenden die hen waren voorgegaan, gehoord hadden dat het er goed was. Je kon er een mooi bestaan opbouwen; dat lonkte.

Na vijftig jaar spraken de ouders de taal in dat land nog steeds niet. Gelukkig begrepen ze wel wat er gezegd werd. Het mooie bestaan: dat was hard ploeteren geweest. Dat hinderde niet, dat waren ze van huis uit gewend. De godsdienst in dat land was net een beetje anders. Samen met anderen uit hetzelfde land van herkomst stichtten ze een nieuwe kerk, één die van huis uit vertrouwder voelde. Ze zochten elkaar toch al op, de mensen die de overtocht ook hadden gewaagd. Velen vonden elkaar in de liefde, trouwden, kregen kinderen en zo bleef het zelfs na meer dan honderd jaar toch een beetje Hollands in dat land aan de andere kant van de oceaan.

Mijn oudtante Kee vertrok in 1910 met haar gezin naar Sioux in de VS, mijn oudoom Evert koos jaren later voor Ontario in Canada. Van een nazaat van tante Kee hoorde ik onlangs van haar taalprobleem. Van tante Trui, de vrouw van ome Evert, heb ik brieven gelezen. Zij schreef trouw aan haar familie in Holland. Je leest daarin haar verlangen naar een berichtje uit Holland. Door de regels heen lees je ook haar teleurstelling over het aantal brieven dat hun kant op komt. Elke dag kijkt ze uit naar de postbode, maar alleen heel soms is het raak. Maar als dat zo is, dan is het feest. Het hele gezin luistert mee als de brief wordt voorgelezen.

Het verhaal van hiervoor is het verhaal van nu, niet daar maar hier. Het is een verhaal van alle tijden. In de Bijbel staan verschillende volksverhuizingen beschreven. Maar niet altijd wacht de koning je op om je een land Gosen toe te wijzen. In ons land word je ontvangen met een soort “blije doos” met daarin een inburgeringscursus. Zo’n cursus is misschien een flinke hobbel die genomen moet worden, maar zou tante Kee zeker hebben geholpen met haar taalprobleem.